WeblogInternationaal bijtanken |
Verwijzingen: |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
Als je je bezighoudt met de grote wereldproblemen, zoals klimaatverandering en gerelateerde milieu- en energievraagstukken, is het noodzakelijk om aansluiting te houden met de mondiale discussie op dat vlak. Om deze reden was ik een paar dagen in Lissabon bij de International Society for Industrial Ecology (ISIE). Het thema was transities in duurzaamheid. De Society bestaat nu bijna 10 jaar en is sterk groeiend, waarbij naast wetenschappers ook praktijkmensen een inbreng leveren. Gestart vanuit de VS is een wereldwijd netwerk ontstaan rond thema’s als industriële symbiose (agroparken), ecodesign van producten, duurzame steden, duurzame consumptie en mobiliteit. Vooral de keynote speakers vond ik interessant, al waren er in de parallelsessies ook diverse pareltjes. Leith Sharp, tot voor kort manager van het Harvard Sustainability Programme, vertelde hoe ze aansprekende resultaten heeft weten te bereiken in het vergroening van de campus, in weerwil van de zeer conservatieve omgeving van bestuurders aan de universiteit. Ze legde sterk het accent op een goed begrip van besluitvormingsprocessen vanuit een psycho-sociale invalshoek. De kracht van de - vaak onbewuste - gewoonte, stakeholder management, leerprocessen in organisaties en de vele prikkels die juist verandering tegengaan kwamen op praktische wijze aan de orde. Hoe we besluiten nemen is volgens haar belangrijker dan het hebben van de juiste antwoorden. Zij onderstreepte de kracht van de “grassroot” initiatieven (wij zouden zeggen bottum-up processen), die vervolgens door het top level management omarmd moeten worden om zo de rest van de organisatie mee te krijgen. Daarvoor is publiekelijk commitment van de leiding nodig. Een organisatie is pas echt veranderd als ook het middle mangement handelt naar de nieuwe praktijken, stelde zij. Dat komt aardig overeen met onze werkwijze en ervaringen. Jan Rotmans (DRIFT) hield een keynote over transitiemanagement, dat voor mij uiteraard weinig nieuws bevatte. Bij de start van InnovatieNetwerk was hij een van de mensen die meedacht over onze aanpak. Inmiddels hebben we ons verder ontwikkeld op basis van lessen uit de praktijk. De reacties vanuit dit internationale gezelschap waren wisselend: belangrijkste kritiek kwam van mensen die betwijfelden of je transities kunt managen, gebruik makend van een analytisch wetenschappelijk model. Robert Socolow, die ons vanuit zijn kamer in Princeton live toesprak via een satelietverbinding, is van mening dat de huidige politieke afspraken over emissiedoelen tussen regeringen niet kunnen werken. Zij onthouden de ontwikkelende landen namelijk de mogelijkheid om hun energieverbuik te verhogen. Hij pleitte voor cosmopolitan ethics, wat uitgaat van individuele emissiequota voor burgers. Mensen die veel energie verbruiken moeten dit verminderen ten gunste van hen die weinig verbruiken. Een interessante gedachte, die echter op dezelfde bezwaren zou kunnen stuiten als een eerlijker verdeling van welvaart in de wereld. John Ehrenfeld, de scheidende voorzitter van ISIE sloot de reeks keynote speakers af met enkele noties rond duurzaamheid, die hij vervatte in een nieuwe definitie: “Sustainability is the possibility that humans and other life will flourish on Earth forever.” Technologie is volgens hem zeker niet de oplossing: het vasthouden aan technologie en technocratische oplossingen zal op zijn best de achteruitgang van de wereld kunnen uitstellen, niet voorkomen. Dat zou ons ook aan het denken moeten zetten over de aard van onze projecten: pakken ze wel aan bij de kern? Een andere gevleugelde uitspraak van Ehrenfeld is dat het verminderen van onduurzaamheid leidt niet tot duurzaamheid. Daarvoor is een ingrijpende verandering van cultuur en waarden nodig. Mensen zijn nu gefocussed op “hebben” en niet op “zijn”. Ze worden gestuurd door hun “behoeften” en niet door “zorg” (voor zichzelf, maar ook voor anderen en hun omgeving). Er zijn geen “quick fixes” en als er al iets gefixed moet worden, dan zijn wij mensen dat, niet de aarde. Het was een indringend verhaal, dat door de zaal met een staande ovatie werd ontvangen. Dat de praktijk weerbarstig is, bleek onmiddellijk daarna in een van de parallelsessies waar een PhD student uit de VS zijn onderzoek presenteerde. Dat betrof de optimalisatie van het autogebruik door een gemiddeld Amerikaans gezin met een pick-up, een SUV en 2 gewone auto’s. De student had berekend dat door goede planning wel 10% op energie bespaard kon worden. De vraag of het ook met een paar auto’s minder kon, werd alleen door het publiek gesteld…. |
|

