|
|
|
De ambitie voor het thema Ruimte Creëren is het ontwikkelen en tot uitvoering brengen van vernieuwende, grensverleggende en toekomstgerichte concepten die er voor zorgen dat de ‘groene ruimte’ zich op een duurzame wijze ontwikkelt, in de zin dat aan alle drie de P’s (People, Profit en Planet) optimaal aandacht besteed wordt. De groene ruimte is van enorm belang voor onze samenleving: 6 miljoen Nederlanders wonen er (waarvan een deel er ook werkt), en bijna alle 16 miljoen Nederlanders recreëren er regelmatig. Tegelijkertijd ligt daar ook een groot probleem. Er zijn zóveel mensen en partijen die de groene ruimte willen gebruiken, dat het onmogelijk is al die claims afzonderlijk in te willigen. We willen als samenleving flink wat extra natuur realiseren, de aanleg van (spoor)wegen vraagt om ruimte, er is mede in verband met klimaatverandering behoefte aan waterberging, nieuwe woonwijken moeten worden ontwikkeld, enzovoort.
Bovendien staat de landbouw, die lang het gezicht van het platteland voor een groot deel bepaald heeft, onder druk. Subsidies worden afgebouwd en deze sector wordt steeds meer gezien als een economische activiteit die het inkomen uit de markt moet verdienen. Maar in diverse regio’s zijn de omstandigheden voor concurrentie op wereldschaal ongunstig, bijvoorbeeld omdat er sprake is van kleinschalige landschappen die we willen behouden (terwijl de concurrentie vraagt om schaalvergroting), of omdat mogelijk toekomstig stedelijk gebruik van de grond een prijsopdrijvende werking heeft.
Kenmerkend is verder dat het onderscheid tussen stad en platteland vervaagt.
De centrale opgave zoals wij die zien, luidt: hoe kun je komen tot een ontwikkelstrategie met betrekking tot de groene ruimte die zorgt voor voldoende aanpassing aan veranderende omstandigheden en wensen, met respect voor wat we als samenleving belangrijk vinden en willen behouden. Dit laatste betekent dat ook ruimte moet zijn voor functies met minder direct economische kracht, zoals bijvoorbeeld natuur. Het gaat om een duurzame ruimtelijke ontwikkeling van gebieden dus. Deze nieuwe strategie noemen we ‘ruimte creëren’. Om de gewenste duurzame ontwikkeling van de groene ruimte mogelijk te maken zetten we ons in om fysieke, bestuurlijke, sociaal-economische én mentale ruimte te creëren voor grensverleggende vernieuwingen.
De bestuurlijke trekker van dit thema is prof. mr. F.H.J.J. Andriessen.
|
Over de innovatieopgaven binnen dit thema
|
|
Boven is aangegeven dat de ambitie van het thema is het ontwikkelen en tot uitvoering brengen van vernieuwende, toekomstgerichte en grensverleggende concepten die bijdragen aan duurzaamheid. Die ambitie trachten we te bereiken voor drie ruimtelijke subdomeinen, die elk hun specifieke inhoudelijke opgaven voor innovatie hebben, maar die wel nauw samenhangen. Die domeinen zijn: landschap en natuur; water; wonen en werken.
Naast de bovenstaande drie inhoudelijke opgaven (landschap en natuur, water en wonen en werken) zijn er twee meer procesmatige opgaven te onderscheiden, die bijna altijd terugkomen wanneer bij het werken aan een concept geprobeerd wordt tegelijkertijd te dromen, te denken en te doen. Het gaat om het actief betrekken van burgers en bedrijven, en het omgaan met regels en instituties. Deze opgaven worden hier apart beschreven, maar zullen als onderdeel van de drie inhoudelijke opgaven aangepakt worden.
Actieve betrokkenheid
Bij actieve betrokkenheid is de opgave hoe je van burgers en bedrijven actieve ‘producenten’ van hun leefomgeving kunt maken met (ook) aandacht voor wat anderen belangrijk vinden. Dit in tegenstelling tot de huidige situatie waarin burgers en bedrijven veelal passieve consumenten zijn van hun leefomgeving.
Deze innovatieopgave is ingegeven vanuit de gedachte dat de overheid alleen niet in staat is de publieke, algemene belangen voldoende tot hun recht te laten komen, maar dat daarbij een duidelijke rol is weggelegd voor burgers en bedrijven. Het gaat er hierbij ook om na te gaan hoe burgers en bedrijven tot dit andere gedrag verleid kunnen worden. Een vraag is bijvoorbeeld of en hoe actief betrokkenen via de markt voor hun inzet beloond kunnen worden.
Regels en instituties
Bij regels en instituties is de opgave hoe je een situatie kunt realiseren waarin grensverleggende vernieuwingen en in het bijzonder ontwikkelde concepten niet door regels en instituties worden gefrustreerd maar wellicht juist gestimuleerd. Bij regels gaat het om zowel formele als informele regels, inclusief de cultuur van bijvoorbeeld risicomijdend gedrag die daar bij hoort.
In het verleden zijn veel regels en instituties ontwikkeld die klemmen wanneer meer ontwikkeling gewenst wordt. Tegelijkertijd hebben mensen het gevoel gekregen dat er nog maar heel weinig ruimte is voor eigen handelen en zijn we terechtgekomen in een cultuur van procederen tot de Raad van State. Hoe ga je daarmee om bij innovatieprojecten en –trajecten?
|
|
|