Het versterken van de competenties (onder meer kennis, vaardigheden en houding) van de stafleden van InnovatieNetwerk staan binnen dit thema centraal.
Opbrengsten
De afgelopen jaren zijn enkele langlopende interne leertrajecten georganiseerd, met betrokkenheid van externen. Deze trajecten hebben in 2007 het boek ‘Werken aan systeeminnovaties. Lessen uit de praktijk van InnovatieNetwerk’ (John Grin en Arienne van Staveren) en in 2008 een verslag van een experiment met een learning history opgeleverd.
In 2009 worden voor het interne leerproces geen grootschalige leertrajecten met derden georganiseerd. In plaats daarvan vormt de wekelijkse stafvergadering het vaste moment. Er zal veel aandacht zijn voor het elkaar informeren en adviseren over te starten of lopende projecten, soms ook met inbreng van externe deskundigen. Ook wordt blijvend ingezet op het versterken van de onderlinge samenwerking.
In 2008 is ‘leren’ ook een sterker onderdeel geworden in het werken aan concepten, zoals in het concept ‘Rijke Delta’ en bij het project ‘Kennisassimilatie’. In deze projecten staat het leren van bij het concept betrokken partijen centraal ten dienste van de verdere ontwikkeling en toepassing. In 2009 wordt verder verkend hoe en in hoeverre ‘leren’ ook bij de ontwikkeling van andere concepten meer expliciet een onderdeel kan zijn.
Leren met andere innovatiegerichte organisaties
InnovatieNetwerk participeert in activiteiten van het Competentie Centrum Transities (CCT). CCT is opgericht om het leren tussen innovatieve organisaties te versterken. Het mede organiseren van de jaarlijkse netwerkdag ‘Grensverleggend Vernieuwen’ was daar een belangrijk onderdeel van. De verwachting is dat deze dag in 2009 niet meer zal worden georganiseerd. In plaats daarvan zullen kleinere bijeenkomsten georganiseerd worden waarin innovatie gerichte organisaties elkaar van advies kunnen dienen. InnovatieNetwerk blijft het CCT adviseren, bijvoorbeeld bij het maken van een website over competenties van Transitieprofessionals en in een werkgroep ‘Learning History’.
Monitoring en Evaluatie
Het thema ‘Monitoring en Evaluatie’ richt zich primair op de verantwoording van ons werk, met als secundair effect het bijstellen waar nodig van onze communicatie en werkwijzen.
Hierbij worden twee hoofdlijnen gevolgd:
Verantwoording per concept
Per concept wordt een format opgesteld waarin de volgende vragen worden beantwoord:
- Waarom is het concept grensverleggend?
- Welke nieuwe netwerken zijn ontstaan?
- Wat zijn de praktijkeffecten (direct en indirect) van het concept?
- Wat zijn (institutionele) belemmeringen bij de realisatie van dit concept?
De laatste vraag is in 2008 nieuw toegevoegd en is in eerste aanleg voor een beperkt aantal concepten uitgewerkt. Van alle concepten worden nieuwe beschrijvingen gemaakt ter voorbereiding op de evaluatie in 2010.
Waarderings- en imago-onderzoek
In navolging van de metingen in 2004 en 2005 is begin 2008 een kwantitatief onderzoek gedaan om reacties van mensen uit ons netwerk op ons werk te verkrijgen. Uit dit onderzoek blijkt dat de meerderheid ons werk nog steeds waardeert. Een grote meerderheid (88%) van de respondenten die een oordeel geven, beoordeelt ons werk als goed tot zeer goed/uitstekend. Slechts 12 procent van de respondenten is van mening dat InnovatieNetwerk matig tot slecht presteert. Verder ziet een meerderheid InnovatieNetwerk als ‘grensverleggend/innovatief’, ambitieus en inspirerend ? precies die elementen waar we zelf als organisatie van vinden dat die bij ons zouden moeten horen.
We vinden het belangrijk de waardering en het imago van InnovatieNetwerk bij onze relaties te blijven volgen. De uitkomsten van dit onderzoek kunnen op de korte termijn gevolgen hebben voor bijvoorbeeld ons communicatiebeleid. Op de wat langere termijn zullen de uitkomsten behulpzaam zijn bij het voorbereiden van het evaluatieonderzoek in 2010 en het denken over een mogelijk vervolg op InnovatieNetwerk. Daartoe zal dit kwantitatieve onderzoek eind 2009/begin 2010 nog een keer worden uitgevoerd.